Roadtrippin’ Australië

Next destination: Australië! Van Auckland vlogen we naar Melbourne, de stad die naar eigen zeggen de beste koffie ter wereld schenkt. We merkten dat we liever een lager tempo aanhielden dan we tot dan toe gewend waren. Dus de eerste dag gingen we naar het strand bij St. Kilda. Het viel meteen op dat er in Australië een strandcultuur heerst. Op deze doordeweekse dag lag het vol met afgetrainde, bruine lichamen. En daarnaast lagen wij: vrij witjes, niet heel erg gespierd, de een met verse littekens en de ander met een bikinibroek die te veel bil bedekte. Op z’n Hollands, zullen we maar zeggen. De dagen erna wandelden we door het centrum en de omliggende wijken om die koffie eens te testen. De leukste plekken hier vonden we de ‘lanes’: kleine straatjes in hartje Melbourne met een authentiek karakter, zoals AC/DC Lane. Ook spraken we voor lunch een keer af met Nick, de broer van Henry, die in Melbourne woont.









Een binnenlandse vlucht bracht ons vier dagen later naar Cairns. Ondanks alle horrorberichten over het extreme regenseizoen, leek het hier alweer mee te vallen. Het zwaarst getroffen gebied was Townsville, een stad iets ten zuiden van Cairns. Door een monsoon die een keer in de zoveel honderd jaar boven land blijft hangen was daar alles wekenlang overstroomd. En omdat Townsville precies op onze route lag naar het zuiden, kwamen we vast te zitten in Cairns en bleven we er een weekje langer dan gepland. Lastiger was dat ook het vrachtverkeer Cairns niet kon bereiken, waardoor supermarkten steeds leger liepen en mensen enorm gingen hamsteren. Gelukkig loste dat probleem zich vrij snel op doordat er wel vliegtuigen konden landen.




Omdat we toch niet weg konden, besloten we uiteindelijk om hier te gaan duiken bij het Great Barrier Reef, hoewel we eigenlijk een andere plek in gedachten hadden waar het iets minder toeristisch is en het koraal in betere staat. Ondanks dat was het een mooie duik, waarbij we verschillende vissen en schildpadden zagen. Jammer genoeg zag je wel goed dat de kwaliteit van het rif niet meer fantastisch is. De opwarming van de aarde en zee zorgt ervoor dat het koraal haar kleur verliest (coral bleeching) en vaak afsterft. Weer een negatief effect van klimaatverandering wat moeilijk tegen te gaan is.





Na zes dagen vertraging zag de weersvoorspelling er gunstiger uit en besloten we de gok te wagen. We reden richting Townsville en hoopten er al voorbij te kunnen komen. Maar helaas! Hoewel het niet meer zoveel regende was een belangrijk gedeelte van de route nog steeds overstroomd. Al het regenwater uit het binnenland vond zijn weg richting zee, waardoor de waterstand van de rivieren niet wilde zakken. Met als resultaat dat we nu vast zaten in Townsville.

We hebben maar limonade van deze citroen gemaakt door naar Magnetic Island te gaan. Een eiland vlak voor de kust bij Townsville met veel stranden en typisch Australische dieren als walibi’s en koala’s. Het was kwallenseizoen, dus zwemmen in zee zat er niet in. Daarnaast bleek de bus niet over het eiland te kunnen rijden doordat de monsoon wegen had vernield. Toch pakte het niet verkeerd uit. We besloten te gaan liften en ontmoetten onderweg een paar leuke mensen die ons afzetten bij een waterval met natuurlijke zwempoelen. Ook lieten ze ons een plek zien waar veel kleine rotswalibi’s verscholen zaten. Andere mensen waren zo slim om walibivoedsel te kopen, waardoor ze letterlijk uit je hand kwamen eten.






Niemand leek te weten wanneer de wegen weer toegankelijk zouden zijn. Daarom besloten we niet langer te wachten en een ruime omweg te maken. We wilden naar Airlie Beach om de paradijselijke Whitsunday eilanden te bezoeken. Over de snelweg zouden we hier slechts drie uur over doen, maar nu hadden we een date met de outback. Een avontuur op zich: tien uur rijden, 40+ graden in nagenoeg verlaten gebieden, rode zandwegen met diepe kuilen, een enorme kangoeroe midden op de weg, wat dingo’s, tropische vogels en een bliksemstorm. Als we toestemming aan paps en mams hadden gevraagd, hadden we die vast niet gekregen. Gelukkig kregen we onderweg geen problemen en kwamen we laat ‘s avonds aan bij Airlie Beach.

De volgende ochtend stonden we klaar bij de haven om met een snorkeltour de Whitsundays te verkennen. De eilanden liggen aan het eind van het Great Barrier Reef en het rif is hier in betere staat dan wat we eerder zagen. Op een aantal plekken was het koraal helemaal gaaf, in allerlei kleuren, wat veel vissen, schildpadden en andere zeebewoners aantrekt. Ton maakte zelfs een nieuwe vriend, een klein, geel visje dat hem constant bleef volgen tijdens het snorkelen. Terug uit het water vaarden we door naar Whitehaven beach, een van de mooiste stranden ter wereld met super zacht, wit zand en knalblauw water. We aten hier onze lunch en hadden tijd voor een wandeling langs het strand. Helaas geen diepe duik in zee, want ook hier zaten weer die ellendige kwallen. We sloten de dag af in het zwembad bij een resort op een van de eilanden. Veel beter wordt het niet!






We verlieten Airlie Beach en reden door naar een historische plek: Seventeen Seventy. Bij dit dorp kwam James Cook, de tweede ontdekkingsreiziger die Australië vond, in mei 1770 aan land. Onze verwachtingen waren hoog, maar in de realiteit bestaat de plaats uit vakantieparken en slechts een paar huizen die we in Europa niet bepaald oud noemen. De baai waaraan het dorp ligt is wel een grote plus met rustig, helder zeewater dat even warm is als het water in je badkuip. Iedereen neemt hier ‘s ochtends of ‘s avonds een duik en trekt wat baantjes. We bleven een dag of vier op een camping in de buurt, bij Agnes Water. Vanaf de camping liep je makkelijk naar verschillende stranden en er stonden openbare barbecues waar je vrij gebruik van mocht maken. Deze vind je overal in Australië: in parken, op campings, bij stranden. Ideaal!



Vanuit Seventeen Seventy gingen we naar Noosa National Park, waar we twee nachten kampeerden om Fraser Island te bezoeken. Dit is het grootste zandeiland ter wereld en alleen te bezoeken per boot en 4×4. Onze tour met ‘Junior’, de kleinste van een paar enorme 4×4 trucks, vertrok vanaf de camping en drie kwartier later scheurden we met 80 kilometer per uur over de enige officiële snelweg van dit eiland: het strand. Onderweg stopten we even voor een dingo en na een schokkerige rit door het regenwoud kwamen we aan bij de hoofdattractie: Lake McKenzie.

Het strand bij dit meer is vergelijkbaar met Whitehaven beach en het water is al net zo blauw als de zee daar. Alleen het grote voordeel hier is dat het water zoet is, dus: geen kwallen en plakkerig zout! Perfect om een middag in te dobberen en cliché foto’s te maken. Terug op de camping wandelden we nog wat rond om koala’s te spotten (mislukt!) en liepen we naar de kangoeroefamilies die daar op de graslanden en in de bossen leven. Zij brachten ons ‘s nachts ook een tegenbezoek. Om een uur of drie werden we wakker van een grazend geluid. Toen we onze hoofden naar buiten staken zagen we dat de hele familie het gras rond onze tent wel lekker bleek te vinden.










Na een overkill aan kangoeroes hadden we nog steeds geen koala gezien, zelfs niet op Magnetic Island. Deze schuwe dieren zijn in het wild lastig te spotten, dus we besloten een beetje vals te spelen en naar het Brisbane Koala Sanctuary te gaan. Hier leven koala’s die zijn gered en vaak niet meer terug kunnen naar de natuur. Daar zagen we ze dan ein-de-lijk! Brisbane hebben we verder overgeslagen, want we reden rechtstreeks door naar onze vrienden Matt en Adina in Gold Coast. We hebben deze twee Aussies in Bolivia leren kennen en later deden we met hen een wine-bike tour in Mendoza (Argentinië). Omdat ze zelf net terug waren van hun lange reis woonden ze tijdelijk bij de ouders van Matt. Niet bepaald een straf, in een enorm appartement op een hoge verdieping, recht aan het strand. En gelukkig hadden ze een logeerkamer over voor ons.


Jammer genoeg konden we slechts twee nachten blijven en was het allemaal nogal ad hoc, omdat we in Cairns zoveel tijd hadden verloren. Ook moesten Matt en Adina gewoon werken, dus trokken we er af en toe met z’n tweeën op uit, bijvoorbeeld naar Springbrook National Park. Ondanks dat was het super gezellig om hen weer te zien. Matt surft vaak in het weekend en ‘s avonds na zijn werk, voor ons een mooie gelegenheid om eens een poging te wagen. Nou, we zijn geen natuurtalenten… Daarnaast hebben we vooral veel gegeten samen, wijn gedronken, gelachen en we trakteerden hen op stroopwafels die we onderweg vonden bij een Dutch Shop. Maar veel te snel moesten we alweer afscheid nemen, omdat onze vlucht vanuit Sydney steeds dichterbij kwam. Voor we aankwamen in Sydney maakten we een stop in Byron Bay, een hippiedorp met een relaxte sfeer en mooie stranden, en in Port Macquarie waar het vooral veel regende en Esther bijna op een slang ging staan (tsja, je bent toch in Australië).













Vlakbij Sydney zetten we onze tent op voor de laatste vier nachten, een eindje buiten de stad om dure hotels te vermijden. Met de trein waren we snel in het centrum en we hadden onze auto nog, zodat we de natuur buiten Sydney konden verkennen. De eerste paar dagen had Esther griep, waardoor een geplande hike bij de Blue Mountains er niet in zat. Maar het uitzicht was ook mooi! De overige dagen gingen we de stad in. Op een markt kochten we alvast een deel van ons carnavalskostuum 2020 en we zagen highlights als de Harbour Bridge, Opera House en Bondi Beach. Daarna was het zo ver, tijd om afscheid te nemen van een goede vriendin: onze tent. Ze heeft ons veel geld bespaard en naar mooie plekken gebracht. Tegelijkertijd eiste twee maanden kamperen en continu doorreizen zijn tol. We waren moe! Daarom voor ons toch geen vier weken China, maar een compactere plek om bij te komen: Bali.


















Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.