Nieuw-Zeeland part two

Na een kleine maand te hebben rondgereisd met Ellen en Peter in Argentinië en Michelle en Henry in Nieuw-Zeeland, stonden we er weer “alleen” voor. Stiekem was dat even wennen, omdat het stiller en rustiger werd na alle gezelligheid van de afgelopen tijd. Maar we vonden het ook fijn om weer ons eigen plan te trekken en met de auto en tent Nieuw-Zeeland te doorkruisen.



Nadat we Michelle en Henry hadden afgezet op het vliegveld, onze nieuwe bolide hadden opgepikt en nog een nachtje schuilden voor de regen in een hostel in Queenstown, reden we door naar Milford Sound. Een indrukwekkend fjord aan de zuidwestkust in Fiordland National Park, waar we in de buurt onze tent opwierpen. Ook hier leek het erop dat we slecht weer zouden krijgen, maar dat viel erg mee. Toen we door Milford vaarden was het zelfs stralend weer met kalm water. Dat zorgde er meteen voor dat dit qua natuur onze favoriete regio is in Nieuw-Zeeland, vlakbij de Routeburn track en andere must-do’s en -see’s, zoals de minder toeristische hike naar Lake Marian.

Toen het weer in Fiordland echt slechter begon te worden, besloten we door te rijden naar de zuidkust, richting de Catlins. Een wat verlaten, winderige regio met oude wild wild west goudkoortsdorpjes en een uitgestrekte kustlijn. Doordat we in vrij korte tijd al zo veel bizar mooie plekken en natuurparken hadden gezien, gaven we de regio op dat moment misschien niet de aandacht die het verdient. We reden er in een dag of drie doorheen, verplaatsten iedere dag onze tent en haasten ons langs de stranden, vuurtorens, watervallen, zeehonden en dolfijnen. Achteraf gezien toch wel zonde. Als ik eraan terugdenk was het juist een fijn gebied om tot rust te komen (wat we heel erg nodig hadden!), met gekke dorpjes, goede stranden om uit te waaien en dieren te spotten, en bijzondere plekken als Teapot Land en de Lost Gypsy Gallery.









Vanuit de Catlins raceten we door naar studentenstad Dunedin en naar Christchurch. Bij Dunedin bezochten we Otago Peninsula en het Royal Albatross Centre. Een prachtig schiereiland waar we enorme albatrossen langs zagen zoeven. Dat is toch wel wat anders dan een meeuw. In Christchurch spraken we af met Monique, het (schoon)zusje van onze vrienden Nicole en Pim, die daar naartoe is verhuisd. Na een spin & swim workout in de locale sportschool aten we samen nog wat bij een hippe food hall. Een paar drankjes, burgers en tapas later, reden we ’s avonds terug naar de camping. Inmiddels was het al donker en we hadden geen zin meer om onze tent op te zetten. Dus we besloten in de auto te slapen, net als de avond ervoor. Niet super comfortabel, maar wel über praktisch, omdat we de volgende dag vroeg doorreden naar Arthur’s Pass.







Via bergpas Arthur’s Pass doorkruisten we het Zuidereiland van oost naar west. Een ‘scenic drive’ met verschillende mooie stops op de route, zoals Castle Hill waar enorme rotsen verspreid liggen over het landschap, uitzichtpunten waar ‘cheeky kia’s’ (licht brutale en extreem slimme bergpapegaaien) de dienst uitmaken en gebieden waar je de auto even achter kunt laten voor een kortere of langere wandeling door de natuur. Zelf volgden we een pad door een rivierbedding en sprongen in het ijskoude gletsjerwater. Urenlang kwamen we hier helemaal niemand tegen, wat ook wel eens leuk was. Aan het einde van Arthur’s Pass sliepen we op een kleine camping in Kumara. Daar ontmoetten we andere mensen met wie we ’s avonds gloeiwormen spotten in een paar grotten in de buurt. Heel cool om in het pikkedonker overal lichtjes te zien schijnen. Alsof je wordt omringd door een sterrenhemel.










De volgende dag reden we verder naar het noorden via de Pancake Rocks, omdat we een paar dagen later de meerdaagse Abel Tasman trekking zouden gaan doen. Maar eerst sliepen we nog een nacht op een camping in Karamea: Gentle Annie. Misschien wel de allerallerallerleukste camping van de wereld. We baalden er enorm van dat we hier maar een nacht konden blijven. De camping ligt vlak aan zee, naast een riviermonding en er is veel groen, ruimte en een groot strand. ’s Avonds gaat er de stenen pizzaoven aan en kan iedereen zijn eigen pizza bakken. Ook is er een heel leuk restaurantje waar je gewoon een beetje kunt chillen óf alle taarten uit de vitrine kunt eten (sterke aanrader). We hadden hier makkelijk een week kunnen blijven, maar we maakten het onszelf niet makkelijker met het strakke schema dat we aanhielden om zoveel mogelijk van Nieuw-Zeeland te kunnen zien.


Op 18 januari begonnen we aan onze tweedaagse hike door Abel Tasman National Park. Over de hele route doe je een dag of drie á vier, maar je kunt er ook voor kiezen om een gedeelte van de track langs de kust te doen. Dat leek ons een beter idee, omdat we dan niet zoveel spullen mee hoefden te slepen en een keer in een hut konden slapen. Die zijn vrij onbetaalbaar in het hoogseizoen, maar voor een nacht vonden we dat niet erg. Met een boot lieten we onszelf daarom afzetten bij een van de aanmeerplaatsen op de helft van de route, en vanuit daar liepen we terug naar onze auto bij het startpunt. Het is geen hele uitdagende route, maar het is ook zeker geen straf om twee dagen door tropische bossen te lopen langs baaien met knalblauw water. Het weer was perfect, het water een tíkkeltje aan de koude kant en de gevriesdroogde maaltijden smaakten als vanouds. Aan het eind van de hike trakteerden we onszelf op de Nieuw-Zeelandse delicatesse ‘real fruit icecream’, softijs gemixt met echt fruit. En na een stevige maaltijd bij een foodtruck reden we naar een camping in de buurt met een warme douche, waar we weer een nacht in de auto doorbrachten.







Langs Takaka (leuk dorpje!) en de Te Waikoropupu Springs (bron met bizar helder water) vertrokken we weer naar de omgeving van Marlborough Sound, omdat we terug gingen naar het Noordereiland. We wilden daar graag nog wat meer van zien en hadden daarvoor een week de tijd voor onze vlucht naar Melbourne vertrok. We waren van plan om drie of vier plekken te bezoeken, maar na Napier, de eerste stop, bleek al dat de afgelopen maanden hun tol hadden geëist. Veel te snel gereisd, te veel gezien in een te korte tijd, slecht geslapen, Ton’s operatie.. het hakte er opeens allemaal in en we waren helemaal gesloopt. Dus in plaats van weer naar een boel nieuwe plekken te rijden, bleven we eerst een paar nachten in een hostel in Rotorua en sliepen we de laatste vier nachten in ons eerste hostel in Auckland. Eerder hadden we daar een fijne tijd gehad en ook nu bleek het een goede zet te zijn. We deden er vrijwel niets, behalve koken, een beetje kletsen met oude bekenden, rondlopen door de stad waar we stuitten op een Icecream Festival en Belgisch bier dronken met bitterballen. Precies wat we nodig hadden.






Nog niet helemaal bijgekomen, maar in ieder geval iets relaxter, vlogen we eind januari door naar Australië. Waarover meer in de volgende post!

Eén antwoord op “Nieuw-Zeeland part two”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.