Argentinië: zuid tot noord

Vlak na de W-trek in Chili bezochten we in het Argentijnse gedeelte van Patagonië een van de indrukwekkendste gletsjers ter wereld, de Perito Moreno. Deze gletsjer is goed bereikbaar en is een van de hele weinige die (nog) niet smelt. Perito Moreno wordt vaak vergeleken met ‘The Wall’ uit Game of Thrones, want je kijkt uit op een gigantische muur van ijs. Bij de gletsjer staat een sterke wind waar condors zich op laten meevoeren en we hadden het geluk dat er groot een stuk ijs afbrokkelde en in zee stortte, wat een spectaculaire dreun en golf veroorzaakte. Daarna voeren we met de boot vlak langs de gletsjer en deden we een tour die ons mee de gletsjer op nam. Via veilige “paden” liepen we met crampons over het heuvelachtige ijslandschap. En om het af te maken werd er aan het eind van de wandeling whiskey met gletsjerijs geserveerd. Chill!




Niets minder dan het einde van de wereld was de volgende bestemming: Ushuaia. Esther wilde graag op zoek gaan naar koningspinguïns. Een iets te dure tour bood dit aan en omdat het niet op Ton’s bucketlist stond, besloot hij deze uit te zitten. Het was het geld waard, want ze heeft een verdwaald exemplaar gespot!


(die lange daar links met de gele borst – ok ok, hij was een beetje ver weg)



Een dag later deden we bij Tierra del Fuego, of Vuurland, een hike door bos, langs zee en rotsen. Heel mooi, maar als je onlangs vier dagen door Torres del Paine hebt gebuffelt ga je toch vergelijken, en er kan weinig op tegen Torres del Paine… Erg leuk was wel dat we hier ´het postkantoor aan het einde van de wereld´ vonden. Het is véél te duur, maar we konden het niet laten om vanuit daar een kaartje naar paps en mams te sturen.



Argentinië is enorm en om alles te zien wat we wilden moesten we gigantische afstanden afleggen. Daarom namen we vaak het vliegtuig in plaats van de bus. Zo ook naar Puerto Madryn, de toegangspoort naar natuurreservaat Peninsula Valdes. Dit schiereiland staat bekend om zijn verscheidenheid aan diersoorten, onder andere pinguïns, walvissen, orca’s, struisvogels en guanaco’s (soort lama) leven hier. Omdat het een flinke oppervlakte beslaat kun je het park het beste verkennen met de auto. Gelukkig leerden we in ons hostel drie Fransen kennen die hetzelfde plan hadden, dus huurden we samen twee dagen een auto en deelden de kosten.

We reden eerst naar de baai waar de meeste walvissen leven (de southern right whale). Hoewel we er aan het einde van het walvisseizoen waren, hadden we het geluk aan onze zijde. We deden een boottrip en zagen in de verte meerdere walvissen zwemmen. Op een gegeven moment zwom er zelfs een pal naast onze boot. We waren natuurlijk diep onder de indruk, want het dier was langer dan de boot. Maar dit bleek ‘slechts’ een drie maanden oud kalfje te zijn.

Na dit hoogtepunt vervolgden we onze roadtrip. Doordat er niet zoveel auto’s rijden op het schiereiland hebben dieren er alle ruimte en staan dus vaak midden op de weg. Het werd een spel om alle verschillende dieren op te noemen waarvoor we moesten remmen: koeien, schapen, grote spinnen, guanaco’s, pinguïns, kwartels, een struisvogelmoeder met haar kroost, etc.



De tweede dag reden we naar Punto Tombo. Een enorm reservaat waar je de grootste pinguïnkolonie vindt buiten Antarctica. Op de terugweg naar Puerto Madryn hadden we alleen een kleieieieieine tegenvaller. Zoals eerder gezegd zijn de afstanden in Argentinië geen kattepis en Ton’s gevoel voor afstand versus brandstof viel een beetje tegen. Dus zo’n 20 kilometer verwijderd van het dichtstbijzijnde tankstation stopte de auto ermee. Gelukkig zijn de Argentijnen, zoals alle Zuid-Amerikanen die we hebben ontmoet, ontzettend aardig. Binnen 10 minuten stopte er een truck die toevallig een jerrycan met (de juiste) benzine bij zich had. Gered! Ton probeerde ze nog geld te geven, zelfs letterlijk in hun auto te gooien, maar ze wilden er niets van weten. Niet iedere held draagt een cape!


De laatste dag in deze regio bezochten we het plaatsje Gaiman, een oude Ierse kolonie in the middle of nowhere. De traditionele huizen waar het dorp om bekend staat vielen wat tegen, dus we hebben er onze middag doorgebracht met een uitgebreide high tea bij een van de theehuizen die het plaatsje rijk is.

(hij vond het best leuk hoor)

Hierna vlogen we naar het noorden van Argentinië waar de Iguazu watervallen liggen. Omdat Ton in november jarig was en Esther in januari, kregen we hier van de ouders en zussen van Ton een paar overnachtingen in een luxe hotel cadeau. Nu moet je weten dat we vaak in goedkope hostels sliepen, omdat Chili en Argentinië opvallend dure landen zijn. Oftewel: snurkende mensen, weinig voorzieningen, eentonig ontbijt (je maakt ons voorlopig echt niet blij met wit brood en “aardbeienjam”). En dan slaap je opeens in een hotel met een zwembad, kamer met jacuzzi en een uitgebreid ontbijtbuffet. Super! Als kers op de taart kwamen Ton’s jongste zus Ellen en haar vriend Peter ons hier opzoeken. Heel fijn om weer een paar bekende gezichten te zien en samen mooie plekken te bezoeken.


Iguazu Falls bestaat uit honderden watervallen, is een paar kilometer breed en daarmee groter dan de Niagra Falls. De watervallen liggen precies op de grens met Brazilië, dus je kunt de Argentijnse kant en de Braziliaanse kant bezoeken (jeuh, extra paspoortstempel). Veel mensen vertelden ons dat de Braziliaanse zijde minder boeiend is, maar op zich nog steeds het bezoeken waard. Daarom gingen we daar eerst heen. Aangekomen bij de watervallen begrepen we echt niet waarom mensen dit vonden. Ze vormen een gigantisch gordijn van water en mist en worden omringd door een regenwoud, wat een schitterend uitzicht geeft.



Maarrrr…. een dag later stond de Argentijnse kant op de planning. En zodra we daar waren begonnen we wel te begrijpen wat al die mensen bedoelen. Je kunt hier makkelijk een dag besteden en dan nog steeds niet alles hebben gezien. Het is er indrukwekkend, prachtig en nog veel meer superlatieven. En! we zagen babytoekans.





Na Iguazu vlogen we met z’n vieren naar onze laatste bestemming in Argentinië: Buenos Aires. We hadden hiervan vrij hoge verwachtingen, omdat dit vaak de leukste Zuid-Amerikaanse stad genoemd wordt. Daar waren we wel aan toe, want over het algemeen vallen de steden er wat tegen.

Zoals vaker startten we de trip met een gratis stadstour, zodat we onszelf leerden oriënteren en meer achtergrond kregen over de geschiedenis, gebouwen, straten, enzovoort.


Jammer genoeg was Peter getroffen door een flinke buikgriep en bleef achter in onze mansion. ‘s Avonds kreeg Ton ook last van zijn buik en het zag er naar uit dat hem hetzelfde lot beschoren was. Maar zijn buikpijn evolueerde naar scherpe steken in zijn rechterzij en om 05:00u ‘s ochtends belde Esther de ambulance. Na Cusco dus de tweede keer tijdens deze reis dat we een stad vanuit de ambulance konden bewonderen. Minder cool dan het klinkt.

We werden naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis gebracht, wat een openbaar ziekenhuis bleek te zijn. Twee bloedtesten (de eerste leken ze te zijn kwijtgeraakt), meerdere hartslagmetingen (ook kwijt) en uren later kwam de uitslag: “we weten het niet, het kan je galblaas zijn of je blinde darm. We weten alleen dat er iets ontstoken is, dus we gaan een kijkoperatie doen en daarna meteen het orgaan weghalen dat is ontstoken”. Dat was niet super bemoedigend, maar na honderd telefoontjes naar de Nederlandse alarmcentrale bleek dat we niet echt een keuze hadden, omdat een accute ontsteking heel gevaarlijk kan zijn. Ton ging dus na de diagnose vrijwel meteen onder het mes en werd vervolgens wakker met een galblaas minder.


Dit was niet helemaal zoals we onze tijd in Buenos Aires hadden voorgesteld. We waren van plan om de stad te verkennen en lekker te eten en drinken met Ellen en Peter. Helaas gaan dingen soms niet volgens plan. Aan de ene kant baalden we dat het precies toen gebeurde. Aan de andere kant was het juist fijn dat er familie was. Vooral omdat Ton een paar dagen in het openbare ziekenhuis lag, wat betekent dat de zorg helemaal gratis is, zelfs voor toeristen, maar dat er wat bijzonderheden zijn. Je krijgt bijvoorbeeld geen kussens, dekens of wc papier, meubilair is afgeragd, het is er niet bepaald schoon, Esther kon deze keer niet in het ziekenhuis blijven, maaltijden zijn beperkt, er komen soms minder stabiele typjes binnen onder escorte van politie of soldaten met automatische geweren. De zorg was er gelukkig wel goed :-).

Al snel bleek Ton de enige Europeaan te zijn in het ziekenhuis… ooit, vermoedelijk. Toen Peter en Ellen hem kwamen opzoeken en aan een willekeurige verpleger vroegen waar de Nederlandse jongen lag wist hij vrij specifiek te vertellen: “oh, he is on the fourth floor, room 4031”. In de kantine kende ook iedereen het verhaal en kwamen ze zelfs achter de kassa vandaan om er met elkaar over te praten (Esther zat achterin de kantine en verstond waar het over ging). Erg grappig eigenlijk.

Gelukkig ging Ton’s herstel heel snel en hebben we de laatste avond nog gezellig gegeten met Ellen en Peter.


Een dag nadat Ton zichzelf ontsloeg uit het ziekenhuis en veel gestres op het vliegveld later – omdat hij volgens de richtlijnen eigenlijk nog één dag moest wachten om te mogen vliegen – vertrokken we naar Nieuw-Zeeland!

Meer foto’s:







































(bas ass Coati)


(Oh ja, we bezochten ook nog een vogelpark)







(de ziekenhuis-buren die super blij waren met onze knutselwerken aan Ton’s ziektebed)


6 antwoorden op “Argentinië: zuid tot noord”

  1. Leuk verhaal weer!
    Heel hard gelachen om Tonny zijn ‘waterval’ foto. Hilarisch

  2. Wat een mooi verhaal weer en die foto’s……………SCHITTEREND.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.