Jop en Pim in Australië

Jop en Pim zijn de jongens van Frank en Linda, Ton’s zus. Om ze te betrekken bij ons avontuur schrijven we af en toe een kinderverhaal, gebaseerd op dingen die we meemaken. Jop is een dappere leeuw met een klein hartje en Pim is een slim hondje dat zijn hoofd koel houdt. Leeuw & Hond zijn met ons mee op reis. Dit verhaal is voor Jop’s verjaardag komende zaterdag. Misschien zit er een kleine hint in naar zijn cadeau!

Na een lange reis door Zuid-Amerika vliegen Jop en Pim naar Oceanië, waar de landen Nieuw-Zeeland en Australië liggen. “Wat vind jij, Pim? Zullen we naar Nieuw-Zeeland gaan of naar Australië?” vraagt Jop. “Hmm” zegt Pim “dat is een moeilijke vraag. Maar ik denk naar Australië. Ik heb gehoord dat ze daar exotische dieren hebben”. “Exotische dieren?” zegt Jop met een schuine blik “Zijn ze daar nog gekker dan vogel Babet, tijger Jamie, rog Phéline en schildpadden Thijmen en Fenne?” Dat weet Pim niet zeker, maar hij denkt wel dat ze veel dieren daar nog nooit hebben gezien. “Ok!” roept Jop enthousiast “dan gaan we naar Australië!”

De broertjes komen aan in Cairns, een plaats helemaal in het noorden van Australië, vlak aan zee. In Cairns is het heel erg warm en ook heel nat. Pim kijkt bedenkelijk “Pfoe, het regent hier wel heel veel”. “Ja, zoveel zelfs dat alle wegen onder water zijn gelopen” zucht Jop “nu kunnen we niet verder reizen”.


Na een paar dagen zijn de jongens het beu en besluiten ze een omweg te nemen. “Kom, we huren eerst een auto” oppert Jop. “Ok” zegt Pim “maar niet zo’n oude roestbak hoor”. Daar is Jop het wel mee eens en ze springen samen in de trein om de auto op te gaan halen.



“Nou dat valt niet tegen!” schatert Pim. Ze stappen samen in hun luxe vierwieler en rijden richting het droge binnenland van Australië: de outback! “Het lijkt wel een woestijn hier” zegt Jop. “Ja, en het is al net zo warm” knikt Pim, die plots hard op de rem trapt. “Wat is er aan de hand?!” schrikt Jop. Maar hij ziet het al, er staat een enorm beest op de weg. “W w w w wat is dat” zegt hij met een trillende stem, terwijl het dier zich uitrekt en nóg groter wordt. Pim blijft rustig en probeert er langzaam omheen te rijden “dat is een kangoeroe, Jop. Die gaan we nog wel vaker zien denk ik. Ze doen niks hoor, maar dit is wel een heuuule grote”. Langzaam springt de kangoeroe weg. “Hij springt, zie je dat? Hij springt!” brult leeuw Jop.

De lange rit door de outback brengt Jop en Pim bij een camping waar ze in het donker hun tent opzetten. Het was een vermoeiende dag, dus ze duiken er meteen in om te gaan slapen. Maar midden in de nacht wordt Pim wakker van een grazend geluid. Het lijkt net of er koeien om de tent staan. Pim ritst voorzichtig de tent open en kijkt vol verbazing om zich heen. Er staan wel dertig kangoeroes gras te eten, vlák naast hun tent. “Jop, Jop, word wakker” fluistert Pim. Jop doet slaperig zijn ogen open: “wat is er Pim?”. “Kom kijken! We zijn omsingeld door kangoeroes!” zegt Pim zo zacht mogelijk. Jop veert overeind en kruipt naast Pim om naar buiten te kunnen kijken: “Jeetje, dat zijn er veel. Gelukkig zijn ze wel kleiner dan die van gisteren”.



Jop trekt zijn stoute schoenen aan en kruipt naar buiten. Een leeuw is natuurlijk nergens bang voor! Een van de kangoeroes kijkt op en ziet Jop: “Oh sorry, hebben we jullie wakker gemaakt? Ik ben Thomas en dit is mijn familie. We komen hier iedere nacht om te eten, dan is het lekker koel en rustig. Maar misschien waren we te luid… Om het goed te maken kunnen we jullie morgen wel meenemen naar een heel groot zandeiland waar je met de auto niet kunt komen. Jullie mogen dan in onze buidel. Wat zeg je daarvan?” “In jullie buidel?” stamelt Jop “wat bedoel je daarmee?”. “Nou, hier” zegt Thomas, en hij trekt een soort zak op zijn buik open “hier kunnen jullie in en dan laten we jullie het hele eiland zien”. “Oh eh ja ok, leuk” antwoord Jop onzeker “ik zal aan Pim vragen of hij er zin in heeft”. Pim ziet het wel zitten: “een nieuw avontuur Jop!”


In de ochtend worden ze op tijd wakker gemaakt als Thomas en zijn zusje Eline hen op komen halen om naar het eiland te gaan. Jop en Pim klimmen wat onhandig in hun buidels. Al snel merken ze dat het heel zacht en comfortabel is. “Hier kan ik wel aan wennen” grinnikt Pim. “Zijn jullie er klaar voor?” vraagt Eline. “Jaaaaaaaa! Springen maar!” roepen de jongens. Thomas en Eline gaan super snel en het duurt niet lang voor ze bij de boot zijn die hen naar het eiland brengt.


Even later racen ze over uitgestrekte zandstranden. Maar dan voelt Jop ineens een harde klap tegen zijn hoofd: “Au, wat was dat?!” Hij voelt aan zijn voorhoofd waar meteen een dikke bult op groeit. Twee mannen komen wild met hun armen zwaaiend aangerend: “pas op! Er zitten dingo’s vlak bij jullie”. De mannen hebben lang haar en zijn beschilderd met witte verfstreken.

“Wij zijn Aboriginals” leggen ze uit “onze stam leeft hier al heel lang op dit eiland, dus we kennen alle plekken en ook de gevaren, zoals dingo’s.” “Wat is dat, een dingo?” wil Pim weten. “Dingo’s zijn een soort honden, een beetje zoals jij, maar dan wild. Ze zijn niet echt gevaarlijk, alleen soms als ze honger hebben. Er liepen er een paar vlak bij jullie die we probeerden weg te jagen met onze boemerang”. Jop kijkt hen verbaasd aan. “Oh, een boemerang” lachen ze “dat kennen jullie misschien ook niet.” Een van hen laat een soort platte, halve, houten driehoek zien die is beschilderd met allerlei kleurige stippen: “hiermee jagen we en proberen we gevaar weg te houden. En als je hem werpt komt hij ook weer terug!”. “Dus hiermee hebben jullie mij geraakt?” zegt Jop een tikkeltje boos. “Ja ik ben bang van wel” geven de mannen toe. “Maar als jullie willen kunnen we jullie wel leren hoe je met een boemerang gooit?”. Dat vinden de broertjes een goed idee!


Samen met Thomas en Eline oefenen Jop en Pim de hele middag met de boemerang. “In Australië zitten heel veel gevaarlijke dieren” vertellen de Aboriginals “niet alleen dingo’s, maar ook slangen, krokodillen, giftige kikkers en enorme spinnen. Dus als jullie goed leren werpen, blijven jullie veilig.” Aan het eind van de dag is iedereen uitgeput. Om bij te komen springen ze naar een heel mooi blauw meer. Daar eten ze wat en spelen ze in het water tot de zon bijna onder gaat. “Kijk uit!” roept Jop uit het niets en hij gooit een van de boemerangs richting een paar bomen. “Ik zag een lange slang naar ons toe glijden. Die wilde vast eten stelen!”.


Iedereen is onder de indruk, want Jop heeft zo goed geoefend dat zijn boemerang weer terugkomt en recht voor zijn voeten valt. “Wauw Jop, dat heb je goed gedaan!” zegt Thomas trots.


Als het donker wordt springen ze in de buidels van Eline en Thomas weer terug naar hun tent. “Wat een mooie dag hè Pim” zegt Jop “het voelde bijna alsof ik jarig was.” “Ja” knikt Pim en hij vraagt: “zullen we morgen op bezoek gaan bij de koalaberen? Al die exotische dieren in Australië lijken me een beetje gevaarlijk, maar koala’s zijn heel lief en langzaam.” Dat vindt Jop een goed idee en niet lang daarna vallen de jongens in een diepe slaap.

3 antwoorden op “Jop en Pim in Australië”

  1. Mooie foto’s Jop en Pim in de trein
    en in de auto ha ha echt prachtig gedaan.
    en de auto heeft vleugels ha ha schitterend.
    Met zooooo mooi verhaal over de kangoeroes en de boemerang.
    Een mooier cadeau had je Jop niet kunnen geven voor zijn 4 de verjaardag.

    Groetjes opa en oma Foli

  2. Jullie moeten straks écht een kinderboek én een boek over jullie reis schrijven vind ik. Zo super als jullie kunnen verhalen vertellen; je beleeft het elke keer weer mee als was je er zelf bij. Top hoor!
    En die prachtige foto’s maken het helemaal af.

  3. Wat een heerlijk avontuur weer van Jop en Pim. En al die vriendjes die ze tijdens hun reis tegenkomen….geniaal.
    Ik hoop snel weer een avontuur van ze te mogen lezen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.