Van Salar de Uyuni naar Chileens Patagonië

Begin november trokken we van Bolivia naar Chili, via Salar de Uyuni. Om deze zoutvlakte te kunnen bezoeken moet je eerst naar de dorpen Uyuni of Tupiza. Wij kozen voor Uyuni, wat misschien wel de meest droevige plek is waar we ooit zijn geweest. Het ligt midden in de woestijn, lijkt haast verlaten, bijna alles is er lelijk en duur. Heel jammer, want ze zouden er zoveel meer van kunnen maken. Maar in tegenstelling tot het dorp was de tour echt fantastisch en onwerkelijk mooi. We reden drie dagen met een groep van zes personen + gids door het natuurgebied. De eerste dag reden we meteen naar de zoutvlaktes, waar we lekker nerdy perspectieffoto’s konden maken (hadden we makkelijk nog een paar uur langer kunnen doen) en een van de mooiste zonsondergangen zagen die we ooit hebben meegemaakt. ‘s Nachts sliepen we in een hotel volledig gemaakt van zout. Heel cool, maar je kreeg er wel een droge bek van.









Op dag twee bezochten we meerdere lagunes waarin flamingo’s leven, waaronder een met knalrood water (Laguna Colorada). We sliepen die nacht in een hotel dat grensde aan een van deze meren en een warmwaterbron. De meeste tours bezoeken deze bron overdag, maar wij konden er ‘s nachts in het donker in plonzen en star gazen. Toevallig was het die nacht extra donker, omdat er geen maan was, waardoor we ongelofelijk veel sterren zagen. Zó bijzonder! Na het pannekoekenontbijt stopten we op de laatste dag nog bij een paar plekken in de woestijn en andere gekleurde meren, waarna we aan de Chileense grens werden gedropt en naar San Pedro de Atacama werden gebracht.






In San Pedro begrijpen ze heel goed hoe je een woestijndorp aantrekkelijk maakt voor toeristen. Een hele verademing ten opzichte van Uyuni. Het is er alleen wel een tíkkeltje duurder, waardoor we besloten voor het eerst in onze nieuwe tent te slapen. Die hadden we eerder in Cusco gekocht voor meerdaagse trektochten die we nog zouden gaan maken en om hotelkosten te kunnen drukken in dure landen. De camping waar we bleven was mega chill, aan de hoofdstraat en met zwembad. We hadden dus niks te klagen! En het eten in San Pedro bleek ook verrassend goed te zijn, vooral voor de doorgewinterde empanada lover.


De Atacama woestijn staat bekend als droogste woestijn ter wereld. Dat betekent dat het er eigenlijk nooit regent en dat je er heel goed sterren kunt kijken. Na ons Uyuni-avontuur waren we stiekem wel verslaafd geraakt aan die gloeiende knikkers daarboven, dus we gingen deze keer op officiële sterrentour met hobby-astronoom Jorge. En dat was zo vet! Hij had verschillende telescopen opgesteld in zijn achtertuin waardoor we de ringen van Saturnus konden zien, sterrenbeelden, andere sterrenstelsels en nog veel meer. Hij gaf een basis astronomieles en maakte een aantal foto’s van ons met de Melkweg en andere sterren. Super leuk om meegemaakt te hebben en heel leerzaam (ja ja, het is niet alleen maar vakantie 🙂 ).

Onze Australische vrienden Matt en Adina, die we eerder in Sucre leerden kennen, raadden ons aan om een fietstocht te maken door de Valle de Luna (maanvallei). Een gebied in de Atacamawoestijn dat lijkt op, jawel, een maanvallei. In de hitte met dikke banden en over hobbelige zandwegen berg op & af behoorlijk zwaar, maar wel de moeite waard. Onderweg kwamen we langs zoutgrotten, enorme zandduinen, verlaten zoutmijnen en zoutbergen.



Na San Pedro vlogen we naar Santiago, de hoofdstad van Chili. Niet een hele bijzondere stad, maar er waren wel een paar leuke wijken en het is er vrij westers, waar we na vier maanden back to basic extreem enthousiast over waren. We hebben een uur gekwijld in de H&M en zijn twee keer naar Engelstalige films geweest. Uiteraard naar Fantastic Beasts 2 om Ton’s verjaardag te vieren en naar Venom. Vanuit Santiago boekten we ook een busretourtje naar Mendoza in Argentinië. Een stad vier uur verderop die bekend staat om zijn wijnen & biefstuk. Hier spraken we weer af met Matt en Adina om een bike+wine tour te doen. Een fantastische combo, die we niet helemaal nuchter overleefden.



Toen we terug wilden reizen naar Santiago bleek dat de gast die voor ons het guesthouse verliet het slot van de voordeur kapot had gemaakt. We waren al redelijk aan de late kant om de bus nog te kunnen halen, maar dit verkleinde onze kans tot ongeveer 0%. We weten nog steeds niet hóe, maar met geen mogelijkheid was er beweging te krijgen in de deur. Wat het nog erger maakte was dat het hele huis – inclusief ramen, deuren en patio – omkooid was met dikke, stalen hekken, die verdomd goed vastgeschroefd zaten. Gelukkig waren we niet alleen en samen met een Canadees stel gingen we de escaperoom-uitdaging aan. Uiteindelijk wist Esther een slot naar een andere ruimte open te breken en de sleutel naar het dakappartement te lokaliseren. Met behulp van een buurman met ladder zijn we vanaf het dak naar beneden geklommen en roken we de geur van vrijheid weer.


We bleven nog een paar dagen in Santiago, waarna we naar Punta Arenas in Zuid-Chili (Patagonië) vlogen. Daar aangekomen reisden we meteen door naar Puerto Natales, waar in de buurt onze eerste meerdaagse trek startte: de W-trek in nationaal park Torres del Paine. Het was wel even uitzoeken wat we precies nodig hadden en mee zouden nemen, want we moesten drie nachten en vier dagen zorgen voor ons eigen eten en onderdak, en de temperaturen en weersomstandigheden zijn er op zijn zachtst gezegd nogal wisselvallig. Met één rugzak vol slaapspullen, kleren en de tent en één rugzak vol eten, startten we onze trek. Iedere dag liepen we ongeveer 18 kilometer door ongerepte natuur, zagen we gletsjers, ijsblauwe meren, regenbogen, watervallen, rivieren, bossen en enorme rotspartijen. De W is niet voor niets een van de mooiste treks ter wereld. Onderweg sliepen we op campings die we vooraf hadden vastgelegd (wat nog een heel gedoe was, want er mag maar een relatief klein aantal mensen per dag starten, maar zonder campingreservering geen volledige W-trek).


De eerste twee dagen was het weer vrij mild en was het niet te koud. Hoewel de route soms pittig was, was het daardoor toch goed te doen. De laatste twee dagen waren lastiger. Op de derde dag liepen we voornamelijk via onbeschutte paden en was de wind zo extreem dat we letterlijk van berghellingen werden geblazen als we onszelf niet vastklemden aan een boom. Op een gegeven moment vloog de helft van onze spullen door de lucht en met gevaar voor eigen leven (of eigenlijk Ton’s leven) moesten we ze ergens uit een struik gaan trekken. De laatste dag was eigenlijk nog treuriger. Op die dag zouden we naar de Torres lopen, drie rotsachtige bergen die iconisch boven een meer uittorenen en voor veel mensen de hele reden zijn om de W-trek te doen. Om daar te komen bedwing je 9 kilometer lang de steilste klim van de totale trek, die op sommige punten meer op bergbeklimmen lijkt, en daal je ook weer 9 kilometer stijl af, terug naar het basecamp.






Omdat het die dag best hard regende twijfelden we of we deze route zouden gaan lopen. We waren op dat moment al bij het laatste kamp, vanuit waar de bussen terug naar Puerto Natales vertrokken, en er was een fijne refuge waar we warm en droog konden zitten (soort hostel/restaurant). Maar onze nieuwsgierigheid en fomo wonnen dit innerlijke gevecht. Doordat we vrij laat startten aan de tocht en ‘s avonds op tijd weer terug beneden moesten zijn om de bus te kunnen halen, hebben we grote delen van de route ongeveer gerend. Halverwege was er gelukkig een andere refuge waar we doorweekt onze crackers met tonijnsalade en chocopasta konden eten en een warme chocolademelk dronken.


Enigszins opgedroogd begonnen we aan de tweede helft van de route en was het zowaar ook iets droger. Helaas voor ons begon het toen we de top naderden met dikke vlokken te sneeuwen. De iconische Torres zagen er voor ons dus zo uit:

Helaas pindakaas!

We waren wel trots op onszelf, maar dat was misschien meer zelfbescherming tegen een mental breakdown. Hoe dan ook, goede workout voor de billen en we hebben nog nooit zo goed geslapen als die nacht :-).

Meer foto’s:




































4 antwoorden op “Van Salar de Uyuni naar Chileens Patagonië”

  1. we beleven het met jullie mee
    prachtig wat jullie gezien en meegemaakt hebben
    groot gelijk succes verder

  2. Wát een reis zeg! Soms gruwelijk spannend (vind ik), maar geweldig indrukwekkend mooi. Weer prachtige verhalen.
    Ben al benieuwd naar het volgende

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.