Bolivia

Halverwege oktober, nadat Ton weer volledig was aangesterkt, zijn we vanuit Cusco doorgereisd naar La Paz in Bolivia. De busrit daarheen duurde iets meer dan 24 uur, met gelukkig een paar stops onderweg. Aan zowel de Peruaanse als de Boliviaanse kant van het Titicacameer konden we een korte tour doen. Titicaca is het hoogste navigeerbare meer ter wereld en officieel spreek je het ongeveer zo uit: TsieTsieKgaKga, met keelklanken en alles. Inheemse stammen wonen er op rieteilanden die ze zelf bouwen en steeds verversen. Aan de Peruviaanse kant bezochten we een stam en zagen we hoe ze leefden: met een heel gezin in een rieten hutje van drie bij twee meter en één matras om op te slapen. Respect daarvoor! Aan de Boliviaanse kant maakten we een stop in Copacabana en deden we een korte hike op Isla del Sol, vroeger een heilige plek voor de Inca’s waar nog veel ruïnes te zien zijn.





Aangekomen in La Paz voelden wij, sneue Nederlanders, onszelf weer niet helemaal ok door de hoogte. We hebben de stad daarom een aantal dagen op een wat rustiger tempo verkend. La Paz is een beetje een gekke plek waar nog heel veel bijgeloof heerst. Op de Witches Market kun je bijvoorbeeld overal gedroogde lamafoetussen kopen die mensen offeren bij verschillende gelegenheden. Maar dat is nog lang niet het raarste. Tijdens een tour hoorden we dat er regelmatig volwassen lama’s worden geofferd bij de bouw van huizen. Deze dieren worden levend begraven, want dat wil Pachamama natuurlijk. Gekker wordt het nog bij een groot nieuwbouwproject. Volgens een urban legend worden er dan personen geofferd aan moeder aarde (meestal zwervers zonder familie en enig uitzicht op een beter leven). Zij worden door een sjamaan geronseld en überdronken gevoerd. Zodra ze knock out gaan worden ze levend begraven onder het gebouw. Het is een legende en ook in Bolivia zeker niet legaal, maar schijnbaar zijn er echt menselijke resten gevonden onder grote gebouwen en kunnen veel mensen wel een project aanwijzen waarbij dit is gebeurd. Niet al te dronken worden dus op straat in La Paz ;-).



Een andere bijzondere attractie is de San Pedro gevangenis, midden in het centrum van de stad. De gevangenis wordt min of meer geregeerd door de gevangenen en hun vrouwen & kinderen wonen vaak bij hen in. Tot een paar jaar geleden werden er aan toeristen tours gegeven in de gevangenis, georganiseerd door de gevangen zelf. Maar na een paar nare incidenten is dit niet meer toegestaan. Dat weerhoudt de gevangen er niet van om toch toeristen de gevangenis in te lokken, een lucratieve business naast de gebruikelijke illegale handel. Op het plein voor de gevangenis proberen oud-gedetineerden, familieleden of vrienden daarom toeristen toch zo ver te krijgen een tourtje te doen. Een tip: doe het niet!

Waar we onszelf (nog meer) over verbaasden is het openbaar vervoer in La Paz. Dat is echt verrassend goed geregeld voor een Zuid-Amerikaanse stad. De stad ligt in een vallei, maar spreidt zich uit over verschillende omliggende bergen. Om alles goed bereikbaar te houden heeft de overheid een kabelbaannetwerk aangelegd waar je voor 30 eurocent per ritje gebruik van kan maken. Ook als toeristische attractie super leuk :-).


Een van de coolste dingen die we in deze regio hebben gedaan was mountainbiken over Yungas Road, aka Death Road, aka Camino del Muerte. Een ongeveer 60 kilometer lange zandweg met steile afgronden, waarop je 3000 meter afdaalt van vriezende hoogtes naar een tropische jungle, eindigend met een duik in het zwembad. Het weer die dag was perfect, dus we hadden hele mooie uitzichten over de bergen, watervallen en groene valleien. De naam Death Road is afkomstig uit de tijd dat de weg nog werd gebruikt door dagelijks verkeer. Het is een hele smalle, hobbelige weg, zonder vangrail en diepe ravijnen, waardoor er met regelmaat fatale ongelukken gebeurden. Nu is er een veel betere weg aangelegd voor verkeer en wordt Yungas Road amper meer gebruikt door auto’s en vrachtwagens. Als je een beetje kunt fietsen is het met lekker weer dus helemaal niet zo gevaarlijk en zelfs best een makkelijke route, vrijwel volledig bergafwaarts.






Omdat Ton pas net was hersteld besloten we om na La Paz niet naar de snikhete Amazone te gaan, maar naar een ander natuurpark: Torotoro, een vrij geïsoleerd gebied waar veel dinosaurusvoetsporen zijn gevonden. Er werd ons verteld dat je er alleen kunt komen via Cochabamba, een grote stad waar we om die reden een paar dagen hebben doorgebracht. Eigenlijk hebben we er niet echt iets gedaan, maar het moet toch worden genoemd, omdat we een Westeros café tegenkwamen waar Ton ‘Game of Thrones-je’ kon spelen. Goed.. daarna gingen we dus naar Torotoro! Een super mooi gebied en nog helemaal niet zo toeristisch; in de bus erheen zaten vooral locals met hun goederen en kuikens.



Doordat het een opkomend toeristisch gebied is merk je dat bewoners alles vrij serieus nemen en steeds meer faciliteiten ontwikkelen. Ze begrijpen dat dit een nieuwe, lucratieve bron van inkomsten is naast hun oude boerenbestaan. Grappig is dat ze erg moeten wennen aan deze situatie, wat het wel charmant maakt. Er zijn bijvoorbeeld meer café’s en restaurants nu, maar openingstijden lijken willekeurig en als je iets bestelt rent de eigenaar vaak naar buiten om bij buren of kennissen ingrediënten te halen. Ook hebben ze een systeem bedacht voor het bezoeken van locaties in het park: iedere ochtend om 8u verzamelen alle toeristen zich bij een gebouw. Daar vorm je zelf een groep van max. zes personen op basis van wat je wil zien. Als je een groep hebt gevonden en hebt bepaald waar je heen wil, meld je dat in je beste Spaans aan iemand die je een gids toewijst. Dit verloopt lícht chaotisch, maar lijkt voor nu te werken.


Zo hebben we twee dagen lang verschillende mooie plekken bezocht en veel leuke mensen ontmoet. We hebben gecaved door een grot, gehiked door een rotsachtig western-gebied en uiteraard dinovoetsporen gespot. Alleen op de laatste dag werd een canyontocht door de gids omgetoverd tot een soort survivalexpeditie met gevaar voor ieders leven en het missen van checkpoints en veel dinosporen. We zijn inmiddels wel wat gewend, maar nagenoeg verticaal een 300 meter hoge canyonwand beklimmen zonder waarschuwing of uitrusting was echt debiel gevaarlijk. Waarschijnlijk wilde onze gids een flink stuk afsnijden, zodat hij op tijd terug was en geld kon verdienen aan een extra groep die dag. Hoewel de meeste bewoners meer geld willen verdienen, snappen ze vaak wel dat je alleen meer mensen aantrekt als je anderen een positieve ervaring geeft. Daarom vragen veel mensen je naar je mening en krijg je iedere dag enquêtes mee. Ze vinden het echt heel erg als je geen leuke tijd hebt gehad. ‘Dino’ kreeg er dus achteraf behoorlijk van langs. Wat ergens weer een beetje sneu was…





Het ziet er veelbelovend uit voor Torotoro en we hopen dat veel meer mensen deze plek bezoeken. Maar we hopen tegelijk ook dat het dorp niet te veel verandert door toerisme. Het is er juist heel leuk door de oude, lemen huizen en de wat knullige sfeer. Meerdere keren zagen we hoe toerisme en groei in Bolivia plekken soms lelijk maakt, omdat er heel praktisch, snel en goedkoop gebouwen en andere faciliteiten worden neergeplempt. Er wordt amper gekeken naar hoe iets eruit ziet en soms is er weinig respect voor natuurgebieden. Hoewel we Bolivia echt heel tof vinden zie je dat ze hierin wat minder ver zijn dan sommige andere landen in Zuid-Amerika. Maar er zijn veel goede initiatieven, dus dat verandert hopelijk snel.



In Sucre, de andere hoofdstad, begrijpen ze wel hoe het werkt. Het is een mooi stadje met witte gebouwen en zeker de moeite waard om een paar dagen te blijven. Esther heeft er geleerd om traditionele armbandjes te weven (helaas alweer verloren kennis) en we konden er losgaan op Hollandse snacks als bitterballen, Bossche bollen en kroketten, doordat vier Nederlandse ondernemers er horecazaken zijn gestart. In Sucre hebben we ook wat nieuwe mensen leren kennen die we maar meteen hebben ingewijd in ‘s vaderlands culinaire hoogstandjes. Nou, ze waren onder de indruk haha.




Hierna bezochten we net buiten de stad nog een ander park waar dinovoetsporen zijn gevonden, op het terrein van een werkende cementfabriek. De fabriek was bezig met het afgraven van een berg waarvan ze dachten er goede cement mee te kunnen maken. Dat bleek alleen niet zo te zijn en de half afgegraven berg werd gelaten voor wat ‘ie was. Door erosie werd een dunne laag zand weggevaagd en werden honderden sporen zichtbaar. Per toeval hadden ze de berg dus afgegraven tot een aardlaag waarop miljoenen jaren geleden dinosaurussen leefden. Nu proberen ze om de enorme bergwand op de werelderfgoedlijst van Unesco te krijgen, zodat ze middelen krijgen om de voetsporen te kunnen conserveren.


Hoewel we nog geen drie weken in Bolivia zijn geweest, zouden we er nog wel tien alinea’s aan kunnen wijden. Maar dan wordt deze post écht te lang. Dus onze laatste dagen bij Salar de Uyuni, onderweg naar Chili, bewaren we voor de volgende keer!
















6 antwoorden op “Bolivia”

  1. Heerlijk verhaal weer. Respect dat je de game of thrones foto hebt geplaatst 😉 hahahaha oooooons Tontje.
    Maar euuu in oktober waren jullie daar. Ik vind het tijd dat jullie wat vaker schrijven mates!

    Have fun in de Filipijnen! Groetjesss Pinda

  2. Jeuj! Ein-de-lijk weer een verhaal! We want more! (dat wordt ff flink knallen om te zorgen dat de verhalen weer bij lopen, haha. Jullie kunnen dat 💪🏻)

  3. Hahaha jaa dat weten we! We hebben de afgelopen tijd ons best gedaan om wat in te halen. Ik ga nooit meer iets beloven, maar het ziet er naar uit dat er snel meer volgt 🙂

  4. wat een belevenissen allemaal dinosporen en hoe de mensen overal kunnen overleven is prachtig interresant more storys please

  5. Wat een prachtig verhaal weer. Fijn om te kunnen lezen hoe het jullie vergaan is in Bolivia.

  6. Jullie kunnen écht heel goed verhalen vertellen. En dat samen met die prachtige foto’s weer een lust om te lezen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.