Gringo’s in Peru

Hoog tijd om wat te vertellen over onze tijd in het prachtige Peru, alweer een paar maanden geleden.

In september vlogen we van Bogotá naar Lima. Een grote, hectische stad en op een paar mooie gebouwen en leuke cafés na weinig te zien of beleven.


Maar niet getreurd, dankzij Esther’s obsessie voor Netflix’ ‘Chef’s Table’ hadden we er toch iets te doen. In Lima zit restaurant ‘Central’, de nummer vijf van de wereld volgens ‘the world’s 50 best’ en redelijk betaalbaar. Helaas zijn alle tafels hier maanden van te voren volgeboekt, wat niet in onze spontane plannen past. Alleen wat bleek, ze hadden het restaurant een paar weken eerder verhuisd naar een ander pand in it-wijk Barranco, met daarin ook een nieuw restaurant: Kjolle. Dezelfde koks, min of meer dezelfde ingrediënten, alleen nog lang niet zo populair. En ze hadden plek!

Op wat restaurantweekgepruts na werd dit onze eerste echte fine dining experience. Gelukkig is Kjolle alles behalve een stijf restaurant. De nieuwe locatie is hip, lekker designy en vrij gemoedelijk. Onze beperkte garderobe was dus geen hindernis en op onze chiqueste sneakers liepen we er binnen. Over letterlijk ieder detail was nagedacht, zowel in het interieur/exterieur, als in de gerechten. De service is er zo hoog dat het voor ons soms een beetje ongemakkelijk werd. Je stoel wordt constant aangeschoven, alle deuren worden voor je geopend, met de kleinste handveger ter wereld worden kruimels weggeveegd en met een pincet wordt je servet iedere keer goed gelegd. Voor de doorgewinterde toprestaurantganger waarschijnlijk heel normaal, voor ons toch ‘nieuw’ en soms vrij grappig. Maar daar kunnen we wel aan wennen!

Hierna zijn we doorgereisd naar Huaraz, een stad op 8 busuren ten noorden van Lima, midden in de hoge Andes. We bezochten daar eerst Laguna Paron, een meer op “slechts” 4.200 meter hoogte. Heel geschikt om eens te testen of wij onder-zeeniveau-wonende-Hollanders hier tegen bestand zijn. En het ging redelijk goed! Dus een dag later deden we de Laguna 69 hike, het echte werk. Nu nog steeds een van de mooiste hikes die we hebben gedaan en meteen een van de zwaarste. Op en neer is de trek 14km met een stijging van 600 meter. Niet echt extreem zou je zeggen, maar op 4.600 meter boven zeeniveau gaat alles mega langzaam. Een appel eten terwijl je omhoog wandelt gaat bijvoorbeeld niet. Je merkt heel goed dat er minder zuurstof in de lucht zit.

Na een dag bijkomen bezochten we in dezelfde regio de Pastoruri gletsjer.
Officieel geen gletsjer meer, want door klimaatverandering groeit het ijs in de winterperiode niet voldoende aan. Over een paar jaar is deze gletsjer dus helaas verdwenen. Het is slechts 40 minuten lopen van de bus naar de gletsjer over een super makkelijk, licht stijgend pad. Maar de hoogte kwam weer om de hoek kijken, 5.100 meter boven zeeniveau bleek een extreme uitputtingsslag. We raakten zelfs buiten adem van neus snuiten. Eenmaal bij de gletsjer aangekomen moest Esther zich gewonnen geven. Ze kreeg hoofdpijn en voelde zichzelf erg slecht, de eerste symptomen van hoogteziekte. We moesten dus zo snel mogelijk weer dalen. Terug bij de bus ging het gelukkig weer goed.

Na Huaraz zijn we verder gereisd via de standaard ‘gringo trail’, met als eerste stop Paracas. Een plaats waar de woestijn en de zee samenkomen. Hier zagen we papa Ad en Jaqueline voor de eerste keer, die een rondreis maakten in Peru en ons hier en daar op kwamen zoeken. Heel tof om bekende gezichten te zien en samen nieuwe herinneringen te maken. We bezochten met hen in Paracas de ‘Poor man’s Galapagos’, eilandjes waar veel wildlife te spotten is, zoals zeeleeuwen, pinguïns en allerlei vogels.

Onze volgende stop op de trail was Huacachina, een oase in de woestijn waar we een prachtige zonsondergang zagen en zand hapten tijdens het sandboarden en buggyrijden (op aanmoediging van Jaqueline, die het zelf een ‘bijzondere’ ervaring vond 😉 ).





We bleven hier maar een nacht en vertrokken de volgende dag naar Arequipa. Het hoogtepunt daar vonden we het Santa Catalina klooster, dat volledig in rood- en blauwtinten is geschilderd.


Onderweg maakten we een korte stop bij de Nazca lines. Het is nog steeds niet duidelijk hoe inheemse stammen deze immense tekeningen ca. 2000 jaar geleden in de rotsachtige ondergrond hebben gemaakt en wat ze betekenen. We vinden zelf de alien-theorie het meest voor de hand liggend.

Via Arequipa reisden we door naar Colca Canyon: twee keer zo diep als de Grand Canyon en een goede plek om Andescondors te zien. Tegen een belachelijk hoge prijs kun je deze enorme vogels ‘s ochtends vroeg vanaf een uitzichtpunt zien vliegen. Maar we vonden een betere deal! De eigenaar van ons hotel bleek een busritje verderop nog een ander hotel te bezitten met een restaurant recht aan de canyon, vlakbij het populaire uitzichtpunt. We mochten hier gratis en voor niks ontbijten en konden ondertussen condors spotten.


Helaas was het busschema van de terugrit een beetje vaag en na anderhalf uur wachten vermoedden we dat we de enige bus terug gemist hadden. Toen we onszelf net wilden overgeven aan een lange wandeling presenteerde de oplossing zich: een local met een laadbak vol hooi, eierdozen en een alpaca wilde ons wel meenemen. Onze redding en waarschijnlijk de beste rit van de reis!


Een bezoek aan Peru is natuurlijk niet compleet zonder Machu Picchu en de Sacred Valley van de Inca’s. Dus na Colca Canyon vertrokken we daarheen. Onze eerste stop in de vallei was Ollantaytambo, een dorp met indrukwekkende ruïnes uit het Incatijdperk.



Daar namen we de trein verder naar Aguas Calientes, ofwel: Machu Picchu Village. Het uit de grond gestampte dorp vanuit waar iedereen naar Machu Picchu wordt geleid.


We vonden de bus naar de ruïnes wat duur (24 euro retour pp voor een rit van een half uurtje), dus besloten we rond vijf uur ‘s ochtends de klim naar boven te voet te wagen, ruim drie kwartier stijl trap op. Behoorlijk heftig, maar worth it. Toen we boven aankwamen was het nog niet erg druk en het weer zat mee. Wat een fantastische plek! Ook al zijn er veel ‘alternatieve Machu Picchu’s’, de real deal is niet voor niks een toeristentrekpleister.






Waar we tijdens de klim naar de entree alleen niet bij na hadden gedacht, was dat we ook tickets hadden voor het beklimmen van Mount Machu Picchu. Een berg met 2.600 scheve, stenen treden, nagenoeg stijl omhoog, die uitkijkt over de ruïnes. Met bloed, zweet en tranen haalden we de top. En het uitzicht was echt prachtig, maar zoiets doen we nooit, nooit meer. Dus als je ooit de kans krijgt, neem de bus. Tenzij je traint voor iets.. heel zwaars. Toch was het ondanks de zware beproeving onvergetelijk.


(ja die kleine vlek daar links-onder is Machu Picchu)

In Cusco troffen we Ad en Jacqueline weer. Met zijn vieren hebben we twee dagen andere ruïnes in de Sacred Valley bezocht en de stad verkend (lees: de salsabar, restaurants en koffiebarren). De laatste avond samen in Cusco zijn we lekker uit eten gegaan, waarna zij eerst richting de jungle en daarna terug naar Baarle-Nassau vlogen.











Wij bleven nog even in Cusco, zodat Ton naar Rainbow Mountain kon gaan. Esther liet deze berg op 5.200 meter hoogte even schieten. Wederom door klimaatverandering is de permanente sneeuw die het gebied bedekte een paar jaar geleden gesmolten en als geluk bij een ongeluk zijn er prachtige kleuren onder vandaan gekomen. Inmiddels is het met recht een van de grootste toeristentrekkers in Peru. Althans, op een mooie dag.




Vanuit Cusco maakten we een uitstap naar de Galapogoseilanden en na acht dagen keerden we weer terug naar de stad. De terugvlucht was vrij pittig met twee overstappen en een all nighter op Lima airport. We zijn Erik en Marieke daarom extra dankbaar dat ze ons een overnachting in een hele fijne hotelkamer cadeau hebben gedaan waar we konden bijkomen.





Helaas was de vreugde van korte duur. Zodra Ton de kamer binnenstapte werd de wc zijn beste vriend. Esther had hem nog nooit zo ziek gezien en na een dag besloot ze dat het welletjes was. De dokter besloot hetzelfde en nam Ton in zijn eerste ambulanceritje ever mee naar het ziekenhuis. Het berucht slechte drinkwater op de Galapagoseilanden bleek hem een parasiet en bacterie cadeau te hebben gedaan.


Een nacht in het ziekenhuis en een infuus met veel vocht en antibiotica later mocht hij weer mee terug naar het hotel. Hier konden we gelukkig nog een paar nachten blijven voor de grote oversteek naar Bolivia.

Daarover snel meer!

7 antwoorden op “Gringo’s in Peru”

  1. Wat een leuk verhaal en super mooie foto’s, nog veel plezier en geniet samen van deze mooie reis.
    Groetjes Jan en Anja de Vet

  2. Onder het mom: beter laat dan nooit! Haha. Heel leuk weer een verhaal en weer enorm mooie foto’s!

  3. Fijn weer eens iets te lezen van jullie reis. Leuk verhaal en even leuke foto’s. Ik kijk uit naar het vervolg.

  4. ester en tombam delburg
    wat een prachtige verhalen en fotos weer
    als wij nog zo jong waren zouden we het ook wel weten
    veel succes verder

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.