Jop en Pim op de Galapagoseilanden

Jop en Pim zijn de jongens van Frank en Linda, Ton’s zus. Om ze te betrekken bij ons avontuur schrijven we af en toe een kinderverhaal, gebaseerd op dingen die we meemaken. Jop is een dappere leeuw met een klein hartje en Pim is een slim hondje dat zijn hoofd koel houdt. Leeuw & Hond zijn met ons mee op reis.

Jop en Pim komen aan op de Galapagoseilanden. Deze eilanden zijn héél lang geleden ontstaan door vulkaanuitbarstingen. De perfecte plek voor nieuwe belevenissen! 
Pim heeft vooraf onderzoek gedaan naar de dieren die er leven: “er zijn heel veel dieren die hun families al eeuwen niet gezien hebben, Jop. Daarom zien ze er soms anders uit dan de dieren op het vasteland. Ik hoorde bijvoorbeeld dat de schildpadden hier groter zijn dan wij! Bijzonder hè.” Jop gelooft niks van: “haha Pim, dat klopt toch helemaal niet? Een schildpad kan écht niet zo groot worden!”

Jop en Pim gaan naar een kleine stad op een van de eilanden. Het is een leuke plaats en overal zien ze dieren lopen, vliegen en zwemmen. “Kijk voor je Pim, we botsen bijna tegen een paar zandzakken aan!” roept Jop. Maar dan tilt een van de zandzakken plotseling zijn hoofd op: “Hoe noemde je ons? Wij zijn helemaal geen zandzakken! Wie denken jullie wel niet dat jullie zijn?” Jop schrikt en schudt zijn manen heen en weer. Hij brult: “ik ben Jop de leeuw!” Pim zucht: “oh nee, daar gaan we weer..”. Maar het dier blijft rustig en zegt: “oh dat is toevallig, ik ben Bob de zeeleeuw!”.

“Hahaha” Pim schatert het uit van het lachen “Jop en Bob de leeuwen! Jullie lijken wel erg veel op elkaar inderdaad.” Jop vind het maar raar en vraagt: “Waar zijn dan je manen? En waarom ben je niet in zee?” “Zeeleeuw is inderdaad een vreemde naam” geeft Bob toe. “En ben maar niet bang, wij zijn geen familie van elkaar hoor. We lijken eigenlijk meer op zeehonden, alleen wij hebben een grote snor. Maar net als jullie moeten wij ook onze adem inhouden onder water.” Terwijl hij dat zegt krijgt Bob een droevige blik in zijn ogen. “Is er iets?” vraagt Pim. “We willen graag zwemmen, maar het is niet veilig in de zee. Er zitten hele gemene, grote vissen en niemand is dapper genoeg om ons te helpen” antwoord Bob. “Wat erg” zegt Pim “pesten is heel kinderachtig!”.

Jop kijkt naar de zee en daarna naar Bob en zijn familie. “Wij zijn wel dapper genoeg! We gaan die pestkoppen wegjagen!” “Weet je dat wel zeker Jop?” vraagt Pim. “Je weet niet eens wie het zijn? Misschien hebben we hulp nodig.” “Ha!” roept Jop. “Wie is er nou sterker dan wij, hond en leeuw!” Bob kijkt vol bewondering naar Jop. “Wauw Jop, dat is fantastisch. Ik dacht dat iedereen bang was van haaien. Ik trommel meteen alle dieren op, misschien wil iemand jullie te helpen. Tot straks!” Jop stamelt met een verschrokken blik: “h-h-haaien?” “Haaien” zucht Pim. “Nu komen we er niet meer onderuit. Hopelijk is er iemand zo gek om ons te helpen”.

Een paar uur later komt Bob terug gewaggeld. “Iedereen is erg blij dat jullie er zijn! Alle dieren hebben zich verzameld bij de haven. Gaan jullie mee?” Jop en Pim hebben nog nooit zoveel dieren bij elkaar gezien. Er zijn flamingo’s, leguanen, zeeleeuwen, zeepaardjes en de grootste schildpadden die ze ooit hebben gezien.

“Dit zijn Jop de Leeuw en Pim de Hond” brult Bob. “Ze zijn de meest dappere dieren die ik ken en gaan ons helpen om de haaien weg te jagen!” Enthousiast klappen de dieren met hun poten en ze juichen “hoera!”. Nu iedereen zo opgetogen is grijpt Pim zijn kans: “Hallo allemaal! Wij gaan onze uiterste best doen, maar kunnen wel wat stoere vrienden gebruiken. Wie wil ons helpen?” Opeens is iedereen stil en Pim vraagt teleurgesteld: “wil helemaal niemand ons helpen?” Dan steekt de grootste schildpad zijn nek omhoog en zegt met een oude, krakende stem: “wij kunnen niet zo goed zwemmen, maar onze familie wel. Ze wonen in de zee, aan het einde van een grot. Ga daar morgenochtend maar heen.”

De volgende ochtend gaan Jop en Pim vroeg op pad. Bob wijst hen de weg. Het is een donkere en spannende tocht door de grot. Gelukkig heeft Bob goed nieuws: “ik heb er een nachtje over geslapen. Als de zeeschildpadden mee gaan, ga ik ook mee!”. Pim zegt dankbaar: “dat is heel fijn Bob, we kunnen alle hulp gebruiken!”.

Uiteindelijk komen ze aan het einde van de grot uit bij de zee. Er zwemt een schildpad rondjes in het water. “Hallo, mijn naam is Thijmen en dit zijn Fenne en Phéline. Schildpad Fenne steekt ook haar kop boven het water uit en groet de drie dappere mannen. “Huh, maar jullie zijn toch maar met zijn tweeën?” vraagt Jop. “Nee hoor, ik ben er ook nog!” roept iemand vanuit het water. Jop en Pim turen naar de zee, maar het enige wat ze zien is een grote, zwarte vlek. “Ik ben een rog” lacht Phéline. En ze flappert met haar vleugels. “Huh,” zegt Jop “jij bent groter dan mijn bed en even dun als mijn laken!”. Phéline moet lachen: “jullie zijn nog niet zo vaak bij zee geweest hè. Daarom hebben we besloten om jullie te helpen.”. Jop, Pim en Bob duiken het water in en gaan op zoek naar de haaien.

Onderweg roept Jop naar Pim: “Nu zijn we met een sterke groep! Je hoeft niet meer bang te zijn.” Pim kijkt verbaasd op: “Ikke? Maar dat…”. Nog voor Pim zijn zin af kan maken draait Thijmen zich om: “Kijk uit, daar zijn ze!”

“Oei, dat zijn er veel! En ze zijn super groot!” piept Jop. De gemeenste haai zwemt naar hen toe: “wa motte jullie? Hier wonen wij! Zwem maar snel weg, voordat we jullie bijten.”. “Ha!” roept Fenne “Wacht maar, dit zijn Jop en Pim. Ze zijn heel sterk en niet bang voor jullie!”

“Is dat zo?” vraagt de haai, terwijl hij zijn mond vol scherpe tanden laat zien. “J..j…ja dat klopt” bibbert Jop, terwijl hij achteruit zwemt en per ongeluk met zijn billen tegen een rots aan stoot. “Ha ha ha, daar geloof ik niets van!” lacht de haai gemeen. “Wij zijn de sterksten van de zee. En jullie zijn maar kleine… Huh, wat gebeurt er!?” Door Jop zijn stoot vallen er plots grote rotsblokken in het water, recht op de pestkoppen. De haaien raken in paniek. Ze botsen tegen elkaar aan en tegen de zware stenen. “Jongens, hij is echt heel sterk” schreeuwt de haai. “Wegwezen hier! Zo is het niet leuk meer!” En met hun staart tussen de vinnen zwemmen de haaien ver weg.

Als ze terugkomen worden Jop, Pim, Bob, Thijmen, Phéline en Fenne als helden onthaald. Iedereen lacht, zingt en danst. “We zijn jullie ontzettend dankbaar” zegt de oude schildpad trots. “Alle dieren hebben samen een groot feest voor jullie geregeld. Met kabouterbiertjes als jullie dat lekker vinden!” Jop en Pim roepen blij: “nou dat slaan we niet over! Proost!”.

En zo komt weer een avontuur van de twee kleine helden ten einde. Waar zouden ze de volgende keer heen gaan? En wat zullen ze daar meemaken?

5 gedachten over “Jop en Pim op de Galapagoseilanden”

  1. Zo…… dat hebben Job en Pim weer goed gedaan. Wat zijn ze toch geweldig goed bezig die twee.

  2. Fantastisch weer! Jop voelt zich de grootste echte held van de zee. Jullie beschrijven hem perfect. Zo grappig, sommige uitspraken zou hij echt zeggen hahahaha.
    Thankx mates! X

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.