Een maand in Colombia

Zoals veel mensen die we tegenkomen, heeft Colombia ons ook positief verrast. Het is een super divers land met prachtige natuur en lieve, enthousiaste mensen. Natuurlijk, zoals we in onze vorige post over Medellín al schreven, is het ook een land met bepaalde beperkingen en kun je als toerist niet overal komen, voornamelijk niet in de dichte jungle- en grensgebieden. Maar het is er zo groot dat er genoeg plekken overblijven die veilig en meer dan de moeite waard zijn. Het is zelfs best moeilijk om de ‘gringo trail’ te verlaten, omdat je als toerist automatisch naar bepaalde plekken wordt geleid. We zijn er in totaal een maand geweest en er zijn nog ruim voldoende bestemmingen over voor nog een maand of twee. Colombia heeft alles: tropische stranden, jungles (nationale parken zoals Tayrona zijn wel veilig), enorme steden, koffieregio’s, schattige dorpjes, berggebieden, woestijnen, oude culturen… We zouden zó weer teruggaan. 

Na Medellín zijn we doorgereisd naar het noorden, de Carribische kust. Onze eerste stop hier was Cartagena, wat we een hele relaxte stad vonden. Vooral de wijk Getsemani was te gek, met overal muziek, dansers, graffiti en street food. Esther ging er los op de gratis outdoor danslessen en Ton op een veel te grote hamburger. Het historische centrum van Cartagena, vlakbij Getsemani, is heel mooi met gebouwen in koloniale stijl. Er zijn veel leuke koffiebarren en restaurants waar we overdag dankbaar gebruik van maakten om de immense hitte te ontwijken (als je ooit in Cartagena bent: Época is een aanrader!). Een andere leuke plek in de stad is het kyte flying field. Je raadt het, iedereen komt hier vliegeren. Een prachtig gezicht om honderden mensen hun kleurrijke en vaak zelfgemaakte vliegers vanaf de stadsmuren te zien oplaten met de zee op de achtergrond.



We besloten na Cartagena nog twee dorpjes te bezoeken in de buurt van Santa Marta, een busrit van ongeveer vier uur verderop. Taganga ligt direct aan de kust en is vooral bekend als goedkope duikplek en basecamp voor een bezoek aan Tayrona National Park. Toegegeven, het is niet de meest indrukwekkende plek die we hebben bezocht, maar toch vonden we het de moeite waard. We hadden er een fijn hotel (Palohe), er was een heel goed restaurant (Babaganoush, gerund door een Nederlander die al lang in Taganga woont) en een strandje. Terwijl Esther met een voedselvergiftiging op bed lag door een in-de-bus-gekochte-rundvleesempanada die naar vis smaakte, is Ton er voor de eerste keer gaan duiken. Na wat horten en stoten een nieuwe hobby voor het leven! Een dag later was Esther weer beter en vertrokken we met twee duikvrienden van Ton ‘s ochtends vroeg naar Tayrona. Tijdens een junglehike van 2,5 uur kwamen we langs verschillende mooie uitzichtpunten en stranden om uiteindelijk te eindigen bij Cabo San Juan. Een picture perfect wit strand met knalblauwe zee en krokodillen op de achtergrond. Hier hebben we de hele middag doorgebracht tot de boot om vier uur vanuit daar weer terug naar Taganga vertrok.

Vroeg de volgende ochtend kregen we helaas minder goed nieuws. Niet helemaal onverwacht overleed Esther’s oma op 91-jarige leeftijd. Voor vertrek hebben we afscheid van haar genomen, in de wetenschap dat het waarschijnlijk de laatste keer zou zijn. Toch blijft zoiets moeilijk. Op die momenten wil je het liefste thuis zijn bij familie, maar dat kan dan niet. Gelukkig kunnen we tegenwoordig via andere kanalen goed contact te houden. Het was fijn om er zo toch een beetje bij te kunnen zijn. Op onze eigen manier hebben we aan haar gedacht en een kaarsje voor haar aangestoken.

Vanuit Taganga zijn we doorgereisd naar Minca. Via Santa Marta een korte trip van een uur of twee. Minca ligt verder het binnenland in en is een rustig bergdorpje waar je een paar leuke hikes kunt doen. We zijn naar een chocolade- en coffeefarm gegaan waar semi-tamme toekan Tuki de grootste publiekstrekker is. Toen we daar net aankwamen werden we overvallen door een enorme regenbui die maar bleef duren. Dat gaf ons genoeg tijd om al warme chocolademelk drinkend met twee andere gestrande bezoekers alle wereldproblemen op te lossen. De volgende dag maakten we een lange wandeling via watervallen waarin je kon zwemmen – ijskoud! – en een uitkijkpunt met enorme netten / hangmatten vanaf waar je over een grote, groene vallei keek. Een fijne plek om een paar dagen te chillen dus. En, niet geheel onbelangrijk, er was een bakkerij (La Miga) met écht goed brood! Een luxe hier in Zuid-Amerika.


Onderweg kwamen we meerdere mensen tegen die ons waarschuwden voor Bogotá, omdat het niet zo’n leuke stad zou zijn. In totaal zijn we er drie dagen geweest, en we vonden het er zelf eigenlijk best tof. In nagenoeg alle steden ter wereld kun je een free walking tour doen om een stad beter te leren kennen, zo ook in Bogotá. De tour daar vonden we een van de beste die we ooit hebben gedaan, misschien op die in Medellín na. Na een bezoek aan het Museo del Oro, een museum dat via goudschatten het inheemse verleden van Colombia vertelt, vertrokken we met de tour richting La Candelaria, de oudste wijk van Bogotá. Daar besef je opeens dat steden in Colombia nog helemaal niet zo oud zijn. De gebouwen zijn hooguit 16e eeuws, gebouwd in Spaans koloniale stijl. La Candelaria voelt daardoor historisch Europees en herkenbaar aan. Daar ontdekten we ook chocolo (of chucolo, choculu, chuculo, god knows), een kruiden- en bonenmengsel dat je oplost in warme melk en wordt gemaakt door een inheemse stam. Het smaakt precies naar chocolademelk, maar geeft veel meer energie dan koffie. Misschien wel de ontdekking van de eeuw! We hebben dus flink wat chocoloballen ingeslagen om straks de kou in Patagonië te kunnen doorstaan :-). Verder zijn we met de teleferico (een soort skilift) omhoog gegaan naar Monserrate, hebben we geluncht bij Bogotá’s favourite ‘Prudencia’ en hebben we tot buikpijn toe geniale cheesecake brownies gegeten bij ‘Matchacha’ in Chapinero. Oh ja, en we hebben onszelf dagelijks verbaasd over het allerinefficiëntste transportsysteem dat we ooit zijn tegengekomen in een miljoenenstad. Mede mogelijk gemaakt door corruptie.



Onze laatste stop in Colombia was Salento. Een klein dorp in Zona Cafetera, de koffieregio. Vlakbij Salento liggen een aantal mooie natuurgebieden en natuurlijk coffeefarms. Het hoogtepunt hier was voor ons de Cocora Valley hike. Een 12km lange wandeling langs onder andere een vallei met de hoogste palmbomen ter wereld, een kolibrie farm, hoge bergtoppen en jungle-achtige bossen met rivieren en watervallen. Misschien wel de mooiste hike die we hebben gedaan in Colombia en zeker een aanrader. Ga je de wandeling ooit maken, loop dat wel ‘gewoon’ met de klok mee, dat is aanzienlijk makkelijker en daardoor geniet je het meest van alles wat je ziet. In Salento maakten we ook kennis met Tejo, een spel waarbij je met stenen naar een bak klei gooit waar kleine explosieven in liggen. Het gaat erom dat je als eerste tien punten verzamelt door zo dicht mogelijk bij of op een explosief te gooien. Wonder boven wonder versloeg Esther zowel alle Colombianen (1) en alle Nederlanders (ook 1) die meededen met de competitie. Top prestatie! En meteen een mooie afsluiter van deze post.



Na Salento zijn we nog heel kort terug gegaan naar Bogotá om het vliegtuig te nemen naar onze volgende bestemming: Peru! Daar schrijven we snel meer over, want gisteren hebben we Peru alweer verlaten…

Tot binnenkort!



































5 gedachten over “Een maand in Colombia”

  1. Nou, jullie weten het weer zó te verhalen dat ik gelijk zin krijg om er naar toe te gaan. En práchtige foto’s zeg!
    Ik kijk elke keer weer uit naar het volgende verslag

  2. Columbia stond ook nooit op ons lijstje, maar zo aan jullie verhaal te lezen, wat zonde! Heel leuk geschreven weer!

  3. vooral die semi tamme toekan lijkt ons wel wat
    wat een ervaringen weer zeg prachtig
    om te lezen
    duiken kan een lifetime hobby worden
    groetjes foli

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.