Jop en Pim bij de Indianen

Jop en Pim zijn de jongens van Frank en Linda, Ton’s zus. Om ze te betrekken bij ons avontuur schrijven we af en toe een kinderverhaal, gebaseerd op dingen die we meemaken. Jop is een dappere leeuw met een klein hartje en Pim is een slim hondje dat zijn hoofd koel houdt. Leeuw & Hond zijn met ons mee op reis.

Jop en Pim zijn aangekomen in Panama. Een land in Midden-Amerika met veel tropische wouden en eilanden. Samen besluiten ze om met een bootje naar een van de eilanden te varen. Ze zijn al een tijdje onderweg als ze plotseling een harde knal horen. “Wat is dat Pim?” vraagt Jop. Pim weet het ook niet goed en gaat op onderzoek uit. Maar nog voor hij heeft gevonden waar het vandaan komt valt de boot stil. “Ik denk dat het de motor is Jop” zegt Pim. Jop houdt wel van motors en besluit een kijkje te gaan nemen. Hij trekt een aantal keer hard aan het touw om de motor weer te starten, maar de motor blijft stil. Jop probeert en probeert, tot hij helemaal uitgeput is. De motor is stuk.

Langzaam begint het donker te worden: “ik denk dat we in de boot moeten slapen, Jop”, zegt Pim. Jop vindt dat een beetje spannend, maar is het met Pim eens. Morgen kunnen ze weer opnieuw proberen de motor te starten, wie weet hebben ze dan meer geluk. Ze gaan allebei op hun rug liggen en staren naar boven. Het is een heldere nacht en er staan veel sterren aan de hemel, meer dan ze ooit hebben gezien. “Kijk Jop, sommige sterren vormen samen een tekening, een sterrenbeeld heet dat. Die zeven sterren daar zijn bijvoorbeeld de Kleine Beer” vertelt Pim. “Maar” zegt Jop “de Kleine Beer lijkt helemaal niet op een beer!”. Pim zegt geamuseerd “nee, ze noemen hem daarom soms ‘steelpan’, daar lijkt hij meer op… En kijk, daar is zijn broer, de Grote Beer!”. Jop is moe en vraagt geeuwend “zeg Pim, ben jij dan ook mijn kleine beer?”. Lachend vallen ze in een diepe slaap.

De volgende ochtend worden ze wakker van een krakend geluid. Het lijkt wel of de boot iets heeft geraakt. Ze staan op en zien dan dat ze zijn gestrand op een onbewoond eiland. De boot moet er ‘s nachts door de wind heen zijn gedreven.

“Kom Jop, een nieuw avontuur!” roept Pim, al met twee poten uit de boot. Jop blijft eigenlijk liever nog even veilig in de boot liggen, maar hij begint honger te krijgen en besluit uit de boot te klimmen. Om zich heen zien ze veel palmbomen, wit zand en een knalblauwe zee. Het lijkt wel een paradijs. Jop rent enthousiast het water in en ziet allerlei kleurige vissen wegzwemmen. “Kijk Pim, de zee is zo helder dat je zelfs het puntje van je staart kunt zien!”. Pim komt snel aangerend en neemt ook een duik. Ze spartelen in het water en maken plezier. Tot Jop schrikt van een grote vis die onder hem op de bodem ligt. “Oei Pim, wat is dat voor vis?” Pim kijkt en schrikt eerst ook, maar antwoordt dan opgelucht: “oh, dat is een rifhaai, die zijn gelukkig niet gevaarlijk. Maar laten we toch terug naar het strand gaan”.

Weer veilig op het eiland gaan de broertjes op zoek naar eten, want ze hebben nu echt honger. Ze kijken overal, maar op het strand en tussen de bomen zien ze alleen zand en gras… “Misschien moeten we ín de palmbomen zoeken” stelt Jop voor.

Ze kijken omhoog en zien enorme noten tussen de bladeren hangen. “Zouden we die kunnen eten, Pim?” vraagt Jop. Pim denkt van wel. “Ik vermoed dat het kokosnoten zijn, waar je zelfs uit kunt drinken” zegt hij. Dat laat Jop zich geen twee keer zeggen. Hij zet zijn klauwen in de boom en klimt omhoog. Daardoor begint de boom hard te schudden en plotseling valt er een noot naar beneden, bijna op Jop’s hoofd. “Pas op Jop!” roept Pim. “Die noten zijn heel hard en zwaar, daarom mag je nooit onder een palmboom gaan liggen!”. Jop klimt snel weer naar beneden en kijkt naar de noot die op de grond ligt. “Dat scheelde niet veel hè Pim” zegt Jop. “Zullen we de noot openmaken?”.

Jop en Pim bijten in de noot, gaan erop staan, gooien hem op de grond. Maar zonder succes, de noot is heel hard en gaat niet open. Terwijl ze met veel kabaal steeds nieuwe manieren uitproberen, hoort Jop opeens iets. “Pim, luister, er klinkt geritsel tussen de bomen achter ons”. Ze draaien zich om en zien iets wegschieten. “Kom Pim, we gaan er achteraan!”. Hoe dieper ze het bos in lopen, hoe duidelijker ze mensenstemmen horen. Ze stoppen om beter te kunnen luisteren. “Hoor jij dat ook Jop?” vraagt Pim. “Ja, misschien is het dan toch geen onbewoond eiland” zegt Jop. Stilletjes sluipen ze op het geluid af. En het duurt niet lang of ze hebben gevonden waar de stemmen vandaan komen.

Jop reageert meteen enthousiast “ze wonen in hutten Pim, zie je dat! Zouden ze die zelf bouwen?”. Pim wil antwoorden, als ze plotseling worden ze omsingeld door wel twaalf mannen. Een van hen stapt naar voren en zegt iets. Jop vraagt aan Pim of hij de man kan verstaan. Pim schudt nee, de man spreekt in een vreemde taal. Jop en Pim proberen uit te leggen hoe ze op het eiland terecht zijn gekomen, maar de mannen verstaan hen ook niet…

Dan zien Jop en Pim in een flits een heel lang touw tevoorschijn komen. Ze roepen het uit, maar de mannen binden hen snel vast en voeren hen mee naar hun dorp, waar ze worden vastgemaakt aan een hoge, houten paal. Daarna lopen de mannen weg en roepen het hele dorp bij elkaar om te overleggen wat ze met de twee indringertjes zullen doen. Jop en Pim zijn bang. “Zeg Pim, straks willen ze ons opeten” fluistert Jop. “Of aan de haaien voeren” reageert Pim. Maar dan horen ze boven zich een bekende taal. Ze knijpen met hun ogen tegen de zon en zien helemaal bovenaan de paal een klein, mooi, felgekleurd vogeltje zitten. “Hoi, ik ben Babet!” zegt het vogeltje. Ze vertelt dat ze niet altijd op het eiland heeft gewoond en daardoor twee talen spreekt. Snel leggen Jop en Pim aan haar uit hoe zij er terecht zijn gekomen. Babet begrijpt het en vliegt meteen weg om het aan de mensen te vertellen.

Niet veel later rent een van de mannen naar buiten en maakt Jop en Pim los van de paal. Hij begint tegen hen te praten en Babet vertaalt wat hij zegt. “Welkom op ons eiland, vrienden. Wij krijgen niet zo vaak bezoek en zijn blij dat jullie er zijn. Mijn naam is Chicha, ik ben het hoofd van de Kuna Yala indianen en wij leven op deze eilanden.” Chicha vertelt over het dorp waar hij woont en over hoe de indianen leven. De indianen maken hun hutten van bamboe, hout en palmboombladeren. Iedereen woont vaak in één grote kamer en je kunt door de muren heen kijken. “Dat is gek hè Jop. Wij hebben allemaal een aparte slaapkamer” zegt Pim. Jop denkt na en reageert “Ja, maar dit is veel gezelliger, want wij mogen ´s ochtends soms de slaapkamer van papa en mama niet in”.

Langzaam verschijnen ook de andere inwoners van het dorp die nieuwsgierig zijn geworden naar Jop en Pim. Vriendelijk worden ze door iedereen begroet. De vrouwen dragen kleren met felle kleuren en mooie patronen en alle kinderen willen met hen spelen.

“Hebben jullie honger?” vraagt Chicha. “Jaaa, heel veel zelfs!” roepen de jongens. Chicha neemt hen mee naar zijn huis en ze krijgen echt indianeneten. “Dat klinkt heel wat spannender dan het is” zegt Babet “ze eten hier namelijk iedere dag rijst met bonen en kip of vis. De meesten eten dat bij het ontbijt, tijdens de lunch en bij het avondeten weer.” Jop vindt dat raar. “Eten ze dan nooit boterhammen? Of kaas?” vraagt hij. “Nee, dat hebben ze hier niet” zegt Babet “maar het indianeneten is best lekker hoor!”. Na het eten zijn de twee avonturiers moe en willen ze graag naar bed. “Jullie mogen daar slapen”, Chicha wijst naar een mooie hut, “maar eerst wil ik jullie graag uitnodigen voor een traditionele ceremonie morgenavond in een ander dorp, waar mijn familie woont. Hebben jullie zin om mee te gaan?”. Jop en Pim knikken enthousiast ja, dat lijkt hen erg leuk. Daarna lopen ze naar de hut en wisselen kort een vrolijke blik uit. Het bed is een hangmat!


De volgende ochtend vertrekken ze vroeg naar het andere dorp, het is nog een lang stuk varen. Als ze er bijna zijn waarschuwt Chica: “pas op jongens, hou je vast! Om bij het dorp te komen moeten we eerst door een enorme golf heen beuken”. Het water is heel wild en de boot schudt hard heen en weer. Pim gilt het uit van plezier! Maar Jop kijkt serieus voor zich uit en controleert of alles wel goed gaat. Stiekem is hij een beetje jaloers op Babet die hoog boven de boot vliegt. Tot zijn grote opluchting komen ze na de golf uit in een kalme rivier, die pal naast het dorp ligt. Overal ziet hij kinderen zwemmen en fanatiek duikt hij ook de rivier in, gevolgd door Pim en Babet. Lachend roept Chicha: “ik heb nog nooit een leeuw, een hond en een vogel samen zien zwemmen”.

Na het avondeten wandelen ze naar een grote hut waar de ceremonie wordt gehouden. Babet krijgt daar de prachtige, kleurrijke kleding aan die door de indianenvrouwen wordt gedragen. Daarna neemt Ixa, een van de vrouwen, haar mee naar de ingang van de hut. Jop, Pim en Chica gaan aan de andere kant van de hut naar binnen. “Waarom staan de mannen en de vrouwen niet bij elkaar?” vraagt Pim aan Chicha. “Deze ceremonie is om een kleine baby een voorspoedig leven te wensen” legt hij uit. “Het is traditie dat alle mannen en vrouwen eerst apart zitten en hun eigen rituelen uitvoeren. Straks komen we weer samen en gaan we dansen.”. Jop trekt een wenkbrauw omhoog. “Alsof ik ga dansen” zegt hij zacht tegen Pim.

De broertjes zitten tussen de indianen en krijgen een halve kokosnoot met een groen-bruin drankje erin tussen hun pootjes gedrukt. Als iedereen drinken heeft gaan de mannen staan en roepen ze: “Oeeh a a A, Oeh A aaa, Oeh a A aaa”, terwijl ze in een cirkel rondjes lopen.

De oudste indiaan wijst naar de kokosnoot en drinkt die in één teug leeg. “Oei, ik denk dat wij dat na moeten doen Pim” zegt Jop. Maar Pim veegt zijn mond al af en kijkt met een grote grijns naar Jop. Chicha zegt blij “van deze toverdrank wordt iedereen gelukkig en je leert er andere talen door spreken. Kijk, jullie kunnen mij nu verstaan!”

Ineens horen ze aan de andere kant van de hut Ixa roepen en acuut loopt iedereen naar buiten. Jop en Pim zijn nieuwsgierig en gaan met hen mee. Ze lopen naar de rivier en daar aangekomen trekken plots alle mannen en vrouwen hun kleren uit! Met blote billen duiken ze het water in. Jop buldert verbaasd “wat doen ze nu!” Pim giert het uit: “dit feest wordt steeds gekker!”. Als ze later weer terug zijn bij de hut mag iedereen met elkaar dansen. Babet, Jop en Pim maken tot diep in de nacht plezier met de Kuna Yala indianen.

“Wat een avond!” zeggen Jop en Pim tegelijk als ze wakker worden. Babet is al langer wakker en wacht buiten op hen. Zodra ze de broers ziet zegt ze: “het feest duurt nog vier dagen en er is veel toverdrank over. Willen jullie langer blijven?”. Jop en Pim kijken elkaar aan, maar besluiten dan “nee, dank je wel, we zijn een beetje moe en het is tijd voor ons om verder te gaan. Nieuwe avonturen wachten op ons!” In het dorp nemen ze afscheid van Babet en Ixa. Chicha brengt hen met de boot naar een nieuw land.

“Dit is Colombia” zegt hij als ze aankomen bij een kleine haven. Voor ze uit de boot stappen kijken de jongens nog één keer achterom. “Dat leek wel een mooie droom hè!” zegt Pim tegen Jop.

11 antwoorden op “Jop en Pim bij de Indianen”

  1. Wat een feestje om weer (voor) te lezen! Geweldig leuk en nu extra speciaal met het gastrolletje van het mooie vogeltje <3! Muchas gracias en we kijken al weer uit naar jullie volgende Reispost en de avonturen van Jop en Pim! X

  2. Dát zijn nog eens spannende verhalen en magnifique foto’s!
    Geweldig wat die 2 mee maken hoor!
    Òp naar de volgende avonturen

  3. Wauw ,wat een mooi verhaal zeg en het leest zo gemakkelijk weg, dat je het avontuur helemaal beleeft. Jop en Pim wat boffen jullie toch met zo’n oom en tante. Eventjes was het wel spannend he kindjes,toen jullie vast gebonden waren. gelukkig kwam het goed met Toverdrank en Pret bij de Indianen. ps Jop , heb je nog gedanst of heb je niet kunnen slapen?

    Liefs Opa en Oma Foli

  4. Reactie van Jop:
    Hahahaaa het vogeltje Babet vind ik grappig
    Indianen zijn gek
    Tractor Pim is gave indiaan
    Tontje diktontje hahaaaa
    We gaan tegen Tontje zeggen dat we de letter Zee hebben gezien (?)
    En nu sla ik op de laptop met m’n beer

  5. Echt heel leuk gedaan weer jongens. We moesten even improviseren om zijn aandacht te houden maar het is gelukt ;). Jop vond het weer te gek.
    Thankx mates!!!

  6. Wat is het weer een geweldig avontuur dat Jop en Pim beleven. Ik kijk uit naar het volgende. Heerlijk om te lezen.

  7. Wat zijn jullie talenten in het schrijven van avontuurlijke/spannende verhalen. Echt Geweldig!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.